Neurowetenschap in de onderwijspraktijk


Leren doe je voornamelijk met je hersenen. Het is dan ook logisch dat kennis van de werking van het brein het onderwijs kan verbeteren. De kennis van het menselijk brein noem je neurowetenschap. Zoals je je goed voor kunt stellen kun je met kennis van deze wetenschap de onderwijspraktijk beter toespitsen op de ontwikkeling van het brein van kinderen. Door rekening te houden met de manier waarop het brein werkt kun je ook jouw lessen effectiever maken.

Wat is neurowetenschap?


Neurowetenschap is simpel gezegd de wetenschap van het menselijk brein. In de praktijk is dit een samenspel van verschillende stromingen, zoals biologie, psychologie en onderwijskunde. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de werking van ons brein en hoe we daar zelf op effectieve wijze invloed op uit kunnen oefenen. In de neurowetenschap wordt niet alleen onderzocht hoe ons brein werkt, maar ook hoe leraren hier het beste op in kunnen spelen. Door de kennis vanuit de wetenschap te vertalen naar de praktijk kan gezorgd worden dat de lessen beter aansluiten bij de ontwikkelingen van het brein van de leerlingen.

De invloed op het onderwijs


Er komen steeds meer theorieën en kennis vanuit de neurowetenschappen naar het onderwijs. Er wordt ook wel gesproken van breinsensitief lesgeven. Tijdens lessen en opdrachten wordt meer rekening gehouden met de ontwikkeling van het brein en wordt er beter aangesloten op de mogelijkheden van bijvoorbeeld jonge kinderen. Hierdoor ontstaan nieuwe inzichten over de vormgeving van het onderwijs en mogen kleuters bijvoorbeeld veel meer spelend leren, omdat hun hersenen dan veel sneller dingen oppakken. Leraren krijgen steeds meer kennis van de ontwikkeling van het brein en houden hier rekening mee bij het ontwerpen van hun lessen. Zo is het bewegend leren steeds meer in opkomst, omdat blijkt dat leerlingen eenvoudige kennis beter verwerken en opslaan als zij in beweging zijn. Ook de samenwerking tussen beide hersenhelften wordt ingezet om bijvoorbeeld het schrijfproces soepel op gang te helpen.

Toepassing in de klas


In de klas zijn er vele toepassingen te bedenken waar leraren gebruik van kunnen maken om hun lessen beter aan te laten sluiten op de hersenontwikkeling van hun leerlingen. Er is bijvoorbeeld veel bekend over de tijd die kinderen nodig hebben om hun aandacht ergens op te kunnen focussen. Doordat we weten dat het kortetermijngeheugen niet te veel informatie kan opslaan, wordt er veel afwisseling aangebracht in de lessen en staat de leraar niet meer een uur te praten voor de klas, maar worden er veel verschillende werkvormen gebruikt. Dit was vroeger wel anders!

Is je interesse gewekt en wil je meer weten over neurowetenschappen en hoe jij dit toe kunt passen binnen het onderwijs? Volg dan ons webinar Meesterbrein!

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email